Pups en kittens worden zonder tanden geboren. De eerste tanden komen door met 2 tot 4 weken. Ze krijgen dan eerst een melkgebit. Rond de leeftijd van 5 maanden verwisselen ze dit gebit voor het blijvende gebit.

Een volwassen hond heeft 42 gebitselementen: 12 snijtanden, 4 hoektanden en 26 kiezen.

Een volwassen kat heeft 30 gebitselementen: 12 snijtanden, 4 haaktanden en 14 kiezen.

Ter vergelijking: mensen hebben 32 gebitselementen: 8 snijtanden, 4 hoektanden en 20 kiezen.

Honden en katten zijn carnivoren (vleeseters) en gebruiken bij het eten hun tanden en kiezen. Net als bij mensen is het ook voor dieren belangrijk om een goed verzorgd gebit te hebben. Een goede verzorging vraagt een goed samenspel tussen u, uw dier, en ons. Helaas heeft 80% van de honden en katten ouder dan 3 jaar last van gebitsproblemen. Zo kunnen ze onder andere last hebben van tandplak, tandsteen en gaatjes. Ook overmatig kwijlen of slecht eten kan een teken zijn dat het gebit niet in orde is. Een slechte adem wordt vaak veroorzaakt door bacteriën in tandplak: een gezonde hond of kat heeft geen slechte adem, ook niet als hij/zij al wat ouder is! Bij het jaarlijkse gezondheidsonderzoek kijken we daarom ook altijd naar het gebit. Bij twijfel zullen we een halfjaarlijkse controle adviseren. Onze assistentes kunnen u altijd extra informatie en advies geven.

Aandacht voor het gebit!